▲▲▲▲

OGB Design Indische
Harderwijkers
Welkom Laatste Nieuws KUMPULAN Foto en Film Muziek Familie Albums Onze Veteranen Toen en Nu ... Historie Indische Cultuur Boeken Sociale Media Sponsoren Links Onze Nieuwsbrief Pasar Malam 2017 Contact
Familie Albums

FAMILIE VAN GUNST

SUCCES IN EEN VERLOREN OORLOG



OGB DesignIn Harderwijk

In januari 1963 verhuisde het gezin Van Gunst van Loenen a/d Vecht naar de Tollensstraat 11 in Harderwijk. Het gezin bestond uit vader Henk, moeder Amanah en hun vijf kinderen: Jits, Wim, Taeke, Henk en Jetty. De kinderen zijn vernoemd door pa, hij kwam uit Friesland vandaar de namen. De Tollensstraat lag toen nog tussen akkers en korenvelden. Jits ging naar de ULO, de Groen van Prinsterer, Wim, Teake en Henk naar de Goede Herderschool aan de Vondellaan. Jetty was twee, dus nog geen schoolgaan voor haar.


De Goede Herderschool was een groei school, want de zesde klas bestond uit vier leerlingen. Buiten de broertjes Kalfsbeek en Wim kwam Maaike de Paauw er later bij. Twee Indische en twee Hollandse kinderen bij meneer Sluimer. De komst van de drie broertjes op school gaf al vanaf het begin een machtsstrijd, strijd met jongens die de “baas” waren op school en zij waren niet van plan hun status op te geven voor die pinda’s. Taeke heeft in tien minuten de strijd, met behulp van een houten paal en met advies van zijn vader hoe dit aan te pakken, in het voordeel van de Van Gunstjes beslist. Het waren heftige tien minuten, want het heeft twee dagen geduurd voordat de jongens weer op school durfden te komen. Nu drinken wij op zaterdagmiddag een biertje bij VVOG met de toenmalige vijand. Anders dan in Loenen ontmoetten wij in Harderwijk meer Indische families en ontstonden er vriendschappen, Jits met Joyce de Paauw, Wim met Frans de Boer, Jacky Fieten, Arie Bos en Hans van Dullemen en Taeke met de jongens van Sommer. Samen hebben ze de roerige zestiger jaren beleefd. Het strand, liggen in de loopton en luisteren naar de top veertig. Strijd met ouders over de lengte van het haar of de lengte van de rok. Voor het eerst uitgaan, naar Odeon. Dansen op de muziek van The Blue Minstrels, Les Phantoms en de Veslacoboy’s, voor het eerst bier drinken en meisjes kussen. Na de opoefiets kwam de Puch of Tomos, werd de tas ingeruild voor een pukkel en jas werd cape. De Harderwijkse jeugd verdeelde zich in twee groepen: de pukkels en de vetkuifen, de laatste groep reed vooral op buikschuivers.


Later naar de stad, naar de disco’s op woensdagavond, vrijdagavond, zaterdagavond en op zondag van twee uur tot sluit. Andere uitgaanstijden dan nu. Jits ging werken in het Pius ziekenhuis, Wim deed van alles, Taeke werkte bij de Smit en Henk en Jetty probeerde hun Mavo-diploma te halen. Pa is in 2003 overleden en ma woont nog steeds in de Tollensstraat. Gelukkig wonen al haar kinderen in Harderwijk en de twee dochters en kleindochter bij haar in de straat. Om de beurt gaat een van de kinderen met ma op zaterdagmorgen naar de markt. Van discriminatie hebben Taeke en Wim alleen last gehad in de periode van de treinkapingen, hoe kon men ook zien of je een Molukker was of niet.


Indonesië

OGB DesignPa van Gunst besloot in 1946 om al OVW’er naar Indonesië te gaan. Na een opleiding van zes weken in Engeland is hij begin 1947 vertrokken naar Java. Daar werd hij gestationeerd in het dorpje Jalan Cagak, een dorpje tussen Subang en Bandung. Daar ontmoette hij Amanah, die uit een eerder huwelijk twee kinderen, dochter Tati en zoon Aman had. In het begin moest zij niets van die “krent” weten. Hij wilde niets delen, maar pa bleef vast- en volhouden. De bijnaam van de zussen van Henk was dan ook “Hendrik hutkop”. In het Fries betekent dat zoiets als “een plaat stijfkop”.

In 1949 werd Jits geboren en in 1951 volgde Wim en in 1953 kwam Taeke. Pa heeft niet echt veel verteld over zijn periode als soldaat en helemaal weinig tot niets over de militaire acties. Wat wij wel weten, komt door ome Teus. Ome Teus was een vriendje van pa in Hilversum. In Indië kwamen zij elkaar als soldaat weer tegen. Deze vriendschap is gebleven tot het einde toe. Ome Teus is in 1999 in Indonesië gestorven, ’s morgens om 07.00 uur op de veranda van het hotel met zijn shagje en zijn eeuwige “koppie toebroek”. Een verhaal moest pa vertellen, vond ome Teus.


Tijdens een missie in de bergen vond pa in een huis een vrouw die aan het bevallen was, alleen haar moeder erbij de rest was gevlucht. Pa had al snel in de gaten dat het niet ging zoals moest. Hij heeft contact gezocht met de compagniearts, maar die kon niet komen, en al snel bleek dat het een stuitbevalling was. Pa heeft de bevalling gedaan met aanwijzingen, via de veldtelefoon, van de arts. Met moeder en kind was alles goed. Later hebben wij wel vaker situaties meegemaakt, waarin onze vader handelend optrad. Wat het meest bijgebleven is een ongeluk in Frankrijk. Een vrouw was aangereden en lag op straat, niemand deed iets en pa nam haar in zijn armen en heeft gepraat met haar tot zij stierf. Zij zal pa nooit verstaan hebben, want hij sprak geen Frans. Toen gaf hij haar over aan het ambulancepersoneel, waste zich en reed door met ons naar Spanje.


KNIL

Nadat zijn contract als OVW’er bij 6RVA afgelopen was, wilde pa niet meer terug naar Nederland en heeft hij, na eerst een tijd als burger in Indië, getekend bij het KNIL. Daar werd hij instructeur ook over deze tijd heeft pa niet veel verteld. Tijdens de periode dat pa als burger in Indië woonde, heeft hij een huis gebouwd in het dorp van ma. Dit huis wordt nu bewoond door Tati en is vanaf de tachtiger jaren het centrale punt in Indonesië voor de familie geworden. Regelmatig reisden en reizen wij daar in verschillende samenstellingen heen.


Afscheid

Op een morgen in 1953 om 06.00 uur stonden er plotseling pantservoertuigen voor de deur. Pa en ma kregen 6 uur de tijd om in te pakken en afscheid te nemen. Om 12.00 uur werden zij naar Jakarta gebracht en vertrokken zij met het gezin met het MS. Sibajak naar Nederland, maar zonder Tati en Aman, want die mochten niet mee vanwege het feit dat zij beiden Indonesisch staatsburgers waren. Achteraf beseffen wij, de kinderen, dat het vooral voor ma een enorme strijd moet zijn geweest. Beslissen binnen die zes uur. Meegaan met man en drie kinderen naar Nederland, wat wist zij van Nederland, sprak de taal niet en wie kende zij daar. Of in Indonesië blijven met haar andere twee kinderen, inmiddels 9 en 7 jaar en haar familie. Opa hielp ma met de keuze, hij zei dat zij mee moest gaan naar Nederland en dat de familie en opa en oma Tati en Aman zouden opvangen en dat haar andere drie kinderen met Taeke nog als baby van 8 maanden oud haar meer nodig hadden. Als je hierover nadenkt en weet dat ma 26 jaar was toen ze voor die keuze werd geplaatst, kun je niets anders hebben dan diep respect voor haar. Tati en Aman heeft zij voor het eerst weer gezien in 1968. De eerste keer van vele die daarop volgden.


OGB DesignAankomst in Nederland

Na een bootreis van zes weken kwam het gezin aan in Nederland, opgewacht door de zussen en moeder van pa. Ma en wij werd geweldig opgevangen door de zussen, maar minder door haar schoonmoeder. Dat laatste, vertelde ma later, had zij dat als heel onprettig ervaren. De relatie van ma en haar schoonzussen is altijd een geweest met veel warmte en hulp. Op het moment van schrijven is er nog een zus over, tante Els. Zij woont in Canada en is 93 en ze is meermalen met ma naar Indonesië geweest Het eerste onderkomen was in Leersum, een oude dakpannenfabriek omgebouwd tot contractpension. Veel gezinnen in het pension, met voor elk gezin een kamer met gemeenschappelijke keuken, toiletten en wasruimte. Hier hebben de kinderen voor het eerst Sinterklaas en Piet ontmoet en werd Henk in 1955 geboren. Op avondjes, georganiseerd door opa Zandvliet, de eigenaar van het pension, moest Jits op en kruk altijd het liedje “seven lonely boys” zingen.


Van Utrecht naar Loenen aan de Vecht

Na ongeveer een jaar in Leersum verhuisde het gezin naar Utrecht, daar kregen zij een flat in de Reitdiepstraat. Dat was een enorme vooruitgang, meer ruimte en privacy en pa kwam elke dag thuis, hij was toen gelegerd in Utrecht. Later werd Henk overgeplaatst naar Nieuwersluis en werden de dozen opnieuw ingepakt, want er wachtte een rijtjeswoning in Loenen aan de Vecht. Nog meer ruimte, een tuin, een schuur en meer privacy, maar voor ma geen leuke periode. Pa moest naar Vught om daar opgeleid te worden tot sergeant of sergeant majoor en later volgden allerlei korte overplaatsingen, maar niet in de buurt van Loenen.


Pa kon alleen met het openbaar vervoer en dat betekende dat Pa zaterdagmiddag thuis kwam en zondag vroeg in de avond weer weg moest. Moeder, met inmiddels vijf kinderen Jet kwam in 1961, moest het door de week alleen doen. Niet gemakkelijk, voor ma niet maar ook voor pa. Hij voelde zich verantwoordelijk en schuldig aan de situatie. Maar privéomstandigheden telden in het leger blijkbaar niet. Ook hier moeten wij ons petje afnemen voor ma. Zij moet zich vaak heel eenzaam en alleen hebben gevoeld. Toen hebben wij daar toen niet veel van gemerkt. Wel voerde pa corveedienst in. De jongens moeste elk en om de beurt meehelpen met boodschappen doen en afdrogen, tijdens de afwas zong Jits veel en hard, ook op de wc, want zij hoopte dat zij ontdekt zou worden als zangeres. Wat de oudere kinderen zich wel goed kunnen herinneren is, dat wanneer er iets werd gezegd wat niet voor onze oren bestemd was, er “tjitjing” werd gezegd en de ouders rap over gingen in het Maleis. Alleen Jits kon redelijk verstaan wat er werd gezegd.


In Loenen kwamen de kinderen er achter dat zij “anders waren”. In het dorp was de familie Van Gunst de enige Indische Nederlanders. Op een dag vroegen Wim en Taeke waarom de politie altijd wist dat zij appels, peren, noten of bessen had gepikt en hun vriendje nooit gesnapt werden.

Pa adviseerde zijn zoons om eens in de spiegel te kijken, nou zij zagen niets speciaals. Pa wees zijn zoons toen op hun “zwarte kop” en hun bruine velletje en dat er maar twee van zulke jongens in Loenen woonden, dus niet zo moeilijk voor de politie.


OGB DesignBreed hadden wij het niet, maar te kort gekomen waren wij niets. Pa haalde kippen voor de Kerst op de fiets bij een boer vijf kilometer verder op, dat scheelde een gulden per kip, hij ging zaterdagmiddag altijd net voor sluitingstijd naar de slager en kocht daar voor een prikkie wat over of niet afgehaald was. Zijn zoons vertelde hij altijd stoere verhalen over soldaten die dikke pillen brood aten met en stuk(je) kaas, dat vonden wij stoer en aten ook ons brood zo. Dat scheelde beleg. Helemaal trost waren wij natuurlijk in de zomer op ons pa, want dan konden onze vriendjes in het zwembad de littekens van schotwonden zien van pa. Nadat pa zijn opleidingen had doorlopen, werd hij op de Veluwe geplaatst, de rest is bekend.





________________________________________________________________________________


SUCCES IN EEN VERLOREN OORLOG


Vanuit het Veteranen Instituut en het Veteranen Platform is er een opmerkelijk boek uitgebracht.

Dit boek ‘Succes in een verloren oorlog’ is geschreven door brigade-generaal buiten dienst dr. Ben Bouman, die helaas in april van dit jaar, op 92 jarige leeftijd, is overleden.


Tijdens een eindejaarbijeenkomst in Doorn, is daarvan het 1e exemplaar aangeboden aan mevrouw Gerdi Verbeet, voorzitter van het ‘Nationaal Comité 4 en 5 mei’ en dochter van een Indië veteraan. In dit boek zijn ook de belevenissen van voormalig Nederlands-Indiëganger dhr. Henk van Gunst uit Harderwijk opgeschreven. Door zijn tanende gezondheid heeft Indië veteraan Bouman de hulp ingeroepen van het Veteranen Instituut om hem hiermee te helpen. Dankzij het instituut is het gelukt om het boek te voltooien en uit te brengen. Dit boek is niet alleen gebaseerd op zijn eigen ervaring en feitelijke militaire verslagen, maar ook op gesprekken die hij in de loop der jaren heeft gehad met betrokkenen, onder wie de inmiddels overleden Ridder Militaire Willemsorde, Tivadar Spier.


Uitreiking

Op 8 januari 2016 heeft Drs. Jeoffrey van Woensel een exemplaar uitgereikt aan mevrouw Amanah van Gunst in Harderwijk, weduwe van de beschreven Henk van Gunst. Bijzonder, omdat haar naam ook in dit boek voorkomt. Haar echtgenoot heeft destijds veel samengewerkt met wijlen generaal Bouman. In dit boek zijn derhalve, naast de dagboeken van Bouman, ook veel feiten en foto’s van Bouman verwerkt.





Drs. Jeoffrey van Woensel, wetenschappelijk medewerker en historicus is afkomstig van het Kennis- en onderzoekscentrum van het Ministerie van Defensie. Hij heeft als eindredacteur er mede op toegezien dat ‘Succes in een verloren oorlog’ uiteindelijk is uitgebracht. De kinderen Jits, Wim, Taeke, Henk en Jetty hebben met trots de uitreiking bijgewoond, waarbij ook zij een exemplaar in ontvangst hebben mogen nemen.

Klik op een foto voor een uitvergroting