▲▲▲▲

OGB Design Indische
Harderwijkers
Welkom Laatste Nieuws KUMPULAN Foto en Film Muziek Familie Albums Onze Veteranen Toen en Nu ... Historie Indische Cultuur Boeken Sociale Media Sponsoren Links Onze Nieuwsbrief Pasar Malam 2017 Contact
Familie Albums

FAMILIE ROESTENBURG (RINUS)


Het verhaal van Martinus Antonius Roestenburg (1939) en Reintje Roestenburg (1938)

Hun verhaal is gekoppeld aan dat van de oudste zuster van Rinus Roestenburg, Emmy Florence. Dat verhaal staat eveneens op deze site en is daar onlosmakelijk aan verbonden. Door de verschrikkelijke ervaringen die hij en zijn familie daar hebben moeten meemaken, heeft de redactie ertoe doen besluiten om ook het verhaal van Emmy, eveneens op deze site, apart te vermelden.


Het Jappenkamp voor mannen ‘Sioreng-oreng’

Rinus werd in Jogjakarta (Java) Indonesië geboren. Rinus heeft geen fotomateriaal over zijn jeugdjaren. Tijdens het verblijf in dit Jappenkamp zijn deze samen met zijn geboorteakte verbrand.

Zijn vader diende bij de KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger) en werd door de Jap naar Thailand gestuurd om, net als veel van zijn collega’s, als dwangarbeider aan de Birma spoorlijn te gaan werken.


Op Nederlandse bodem

Na de onafhankelijkheidsverklaring door Soekarno, werd het gezin met de acht kinderen, voor de keuze gesteld ‘blijven of vertrekken’. Rinus: “Omdat mijn vader bij de KNIL had gezeten en blank was, moesten we vertrekken. Wij mochten kiezen uit twee bestemmingen: Nederland of Australië, maar doordat dat laatste land geen ‘gekleurde’ mensen binnenliet, werd het dus Nederland. Voor ons vertrek naar ons nieuwe vaderland, volgden wij nog verschillende lessen zoals over fruitbomen met heerlijke vruchten en ‘pofbroeken’. Na een tocht met het Britse schip, de Versie, kwamen we op 27 september 1950 in Nederland aan. Het was erg koud en we hadden alleen onze kleding uit Indonesië meegenomen, dus dunne jurkjes en korte broeken.


Drama

Veertien dagen later kregen we een woning in Putten. Onderweg in de bus kregen we mooie groene appels aangeboden. In Indonesië hadden wij op school lessen over Nederlandse gewoonten en gebruiken gevolgd. Zoals over de mooie appelbomen, maar helaas waren het jonge, zure goudrenetten en als dat nou die heerlijke appels waren…!


Waar ik ook met vraagtekens stond was het moment bij de kapper. Daar hadden de mensen het over ‘kiepen’. Ik wist eerst niet waar ze het over hadden, maar later bleek dat ze het over kippen hadden. Heb ik daar Nederlandse lessen gevolgd om hier te ondervinden dat ze een dialect hebben.

Na Putten verhuisden we naar Oosterbeek, een mooie omgeving met weilanden en twee vennetjes. We zaten op school en mijn broertje Peter speelde met een ander kind bij het water.

Door een ongelukkig incident viel Peter met zijn step in het water. Mijn moeder sprong nog in de ven maar het mocht niet meer baten. Peter verdronk.


Na dit dramatisch moment keerden we weer terug naar Putten. Op mijn eerste schooldag maakte ik iets bijzonders mee. We stonden in de rij voor het naar binnen gaan. De leraar vroeg me naar mijn naam en ik sprong meteen weer in de houding, net als destijds voor de Jappen, en riep: “Mijn naam is Martinus Antonius Roestenburg, meester”. Hij moest lachen en zei: “we noemen je voortaan Rinus.”


Militaire dienst

In augustus 1958 werd Rinus bij het Wapen der Genie geplaatst en bracht drie maanden in Vught door. Daarna werd ik overgeplaatst naar Gorinchem en werd daar opgeleid tot buitenboordmotorschipper, met als taak om infanterie eenheden over de rivier te zetten. Het was een bijzonder leuke opleiding. Hierna werd ik naar de parate genie-eenheid, het 41e geniebataljon in Wezep, overgeplaatst. In Wezep ontmoette ik Reintje. Overigens heb ik die twee jaren als dienstplichtige, met veel plezier volbracht. Na mijn diensttijd ging ik aan de slag bij Transformatoren fabriek Belpa in Harderwijk.


Reintje

Op 17 jarige leeftijd ontmoette Rinus zijn Reintje. “Zij werkte toen op kantoor in Nunspeet. Reintje is geboren en getogen Nunspeetse. Zij heeft onder meer drie jaar bij het Ministerie van Defensie als burger als personeelschef in de Prinses Margrietkazerne in Wezep gewerkt. Daar heeft zij Rinus dan ook ontmoet. Het was liefde op het eerste gezicht.


Reintje zat op dansles en ik ging een keer mee om te kijken. Helaas wilde haar vader niet dat we met elkaar omgingen, door mijn huidskleur en omdat ik mager was. Niets weerhield ons om stiekem met elkaar om te gaan.” Later, op haar 21e, schreef hij een brief naar haar ouders waarin zij aangaf kennis te willen maken. Het huis was te klein, waarop Reintje het ouderlijk huis verliet en bij haar oma en opa introk. Ze ontmoetten elkaar drie jaar lang op deze manier, schreven elkaar elke dag brieven en Rinus adresseerde zijn brieven naar het kantoor waar Reintje’s toen werkte. Het echtpaar heeft drie jongens, Richard, Edwin en Raymond grootgebracht.


Vakantie

Het echtpaar heeft later geen interesse gehad om naar Indonesië terug te keren. Rinus is er wel een keer terug geweest. “In 2008 reisde ik met Reintje naar Jakarta. Mijn eerste indruk in Jakarta was een beeld van complete chaos, hele families op een scooter en afgeladen brommertjes en motoren. Verder zag ik veel armoede, met name op het platteland. We zochten met de trein mijn nicht, in een klein plaatsje in de omgeving van Bandung, op. Bij aankomst zagen we al die mensen, die in die hitte op ons te wachten. Het was een emotionele ontmoeting, waarna we met hen naar haar huisje reden.”


Indisch bandje

Net als veel Indo’s heeft ook Rinus in een Indisch bandje gespeeld. “Mijn oudste broer nam een keer uit Curaçao een jazzgitaar mee, omdat zijn vriend zo goed kon spelen. Toen leerde mijn broer mij enkele grepen en probeerde ik ook gitaar te spelen. Mijn eerste gitaar maakte ik zelf, heel provisorisch en met de vreemdste materialen. Later kwamen drie jongens en een zusje van familie Portier bijeen om een Indisch bandje te vormen. Hun vader gaf gitaarles en mijn broer en ik gingen er naar toe om van hem gitaarles te krijgen. Na een tijdje mocht ik me bij het bandje aansluiten en trad vervolgens verschillende keren op, zoals in het voormalige Odeon in Harderwijk. Overigens kreeg ik mijn eerste echte gitaar van Reintje, die er 125 gulden voor had betaald. Maar ik had er wel veel plezier mee beleefd.”

Klik op een foto voor een uitvergroting