▲▲▲▲

OGB Design Indische
Harderwijkers
Welkom Laatste Nieuws KUMPULAN Foto en Film Muziek Familie Albums Onze Veteranen Toen en Nu ... Historie Indische Cultuur Boeken Sociale Media Sponsoren Links Onze Nieuwsbrief Pasar Malam 2017 Contact
Familie Albums

FAMILIE MULDER


OGB DesignMevrouw Mulder - Keller is geboren in Pekalongan op midden Java. ‘Mijn vader was een echte Hollander die bij de KPM (Koninklijke Pakketvaart Maatschappij) werkte in Nederlands-Indië. Maar omdat hij veel van huis was en mijn moeder daar niet tegen kon ging hij aan het werk op een suikerplantage. Ik woonde tot mijn zesde jaar op de onderneming en ging daarna in de kost in Bandung om naar een Nederlandse school te kunnen gaan.


Op het internaat bij de nonnen was het een gedisciplineerd leven, maar dat gold voor iedereen en wij hebben er toch veel plezier gehad. Tot mijn dertiende heb ik hier op school gezeten, daarna ging ik naar de HBS. Alleen bij langere vakanties kon ik naar huis, anders bleef ik in het internaat. Toen ik zeventien jaar was brak de oorlog uit. Mijn latere echtgenoot, die ik kende van school, was net achttien en moest in dienst omdat Nederland in oorlog raakte. Door de oorlog veranderde alles. Als jong meisje kwam ik in een Japans gevangenkamp, terwijl mijn toekomstige man als krijgsgevangene naar Japan werd gebracht. Zijn transportschip werd onderweg nog getorpedeerd maar wonder boven wonder heeft hij het overleefd en hebben we elkaar na de oorlog met hulp van het Rode Kruis teruggevonden. We zijn meteen getrouwd en kregen al kort daarop ons eerste kind, Marjolijn.’


Een beeld uit andere tijden; mevrouw Mulder als meisje zittend op de treeplank van de auto


‘Toen de oorlog was afgelopen kwamen we opnieuw in een moeilijke tijd. Mijn man moest naar het front en ik bleef met de baby achter. We woonden met een paar Nederlandse gezinnen bij elkaar maar er waren geen mannen om ons te beschermen. Geregeld gebeurde het, dat er gevaar dreigde en ik met mijn baby onder het bed dook.’ Ik dacht ‘dan moeten de kogels eerst door het matras heen en waande me er een beetje veilig. Marjolijn, toen een baby, heeft daar nu nog last van en is nog steeds angstig als er bijvoorbeeld met vuurwerk wordt geknald.

Toen duidelijk werd dat Nederlands-Indië niet behouden kon worden, konden mensen die familie in Nederland hadden het land uit om naar Holland te gaan. We zijn met het passagiersschip M.S. de Johan van Oldebarnevelt naar Nederland gereisd. Het was een vreselijke reis.

Mijn man was de hele reis zeeziek en kon niets doen zodat ik dag en nacht voor mijn baby moest zorgen. In 1951 kwamen we aan. In Hilversum kwamen we in een contractpension en kregen er met z’n drieën een klein zolderkamertje. We konden de maan door het dak zien en hielden de regen met een oude paraplu tegen.


Ik heb vaak gehuild dat ik weer terug naar Indië wilde, maar begreep ook wel dat dat niet meer kon.’ ‘We hadden, naast een klein koffertje, geen enkel bezit en kregen in Port Said vreselijke kleren. Het koffertje viel met het lossen ook nog uit de kraan. We zijn vier jaar in Hilversum gebleven en konden daarna naar Harderwijk en kregen toen een eigen huis in de Tromplaan, een straat met veel Indische gezinnen. Ik was de koning te rijk. Mijn man kwam bij de parate troepen en moest ook naar Duitsland, maar ik wilde hier niet meer weg. Met de buren in de Tromplaan beleefden we een geweldige tijd, we brachten eten over en weer en deelden lief en leed. Bovendien begrepen we elkaar omdat we allemaal hetzelfde hadden meegemaakt.


Gezelligheid aan de

Tromplaan in Harderwijk


We kregen na onze oudste dochter Marjolijn nog twee jongens, Rob en Erik en die zijn ook goed terecht gekomen. We hebben wel onze Indische cultuur geprobeerd over te dragen op onze kinderen. Eén van onze kleinkinderen studeert landbouwkunde in Wageningen en gaat als hij klaar is zeker naar Indonesië. Hij past zich daar moeiteloos aan en kan ook heel goed met de Indonesische bevolking over weg. Zelf ben ik vier keer voor een vakantie terug geweest naar Indonesië. In eerste instantie voelde ik me er weer helemaal thuis. Het rook er net zoals vroeger.


Maar na veertien dagen begon ik Nederland te missen en me te ergeren aan de Indische cultuur, de traagheid en het omgaan met afspraken bijvoorbeeld. Voor mijn ouders is de overgang naar Holland heel moeilijk geweest. In Nederlands-Indië hadden ze het heel goed, maar in Nederland hadden ze niks meer.


Zelf heb ik moeilijke periodes in mijn leven gekend. Van mijn zeventiende tot mijn tweeëntwintigste zat ik in het kamp waar we in vodden liepen en nauwelijks te eten hadden. Ook de eerste periode in Nederland was niet gemakkelijk, omdat we alles kwijt waren. Nu heb ik kinderen en kleinkinderen en is het leven weer de moeite waard. Dan kun je ook weer anders terugkijken.


Ik ben niet lang geleden opgenomen in een verpleeghuis en ook dat vond ik vreselijk. Nu heb ik weer een eigen appartement en daar ben ik heel blij mee. Mensen in mijn omgeving vragen wel eens ‘hoe komt het dat je zo goed Nederlands spreekt? Dan denk ik, jullie weten er ook helemaal niets van……..’

Video-document
gemaakt rond
Mevrouw Mulder